Acheter
Leencapaciteit in Brussel: hoeveel kan ik lenen in 2026?

Je inkomen, de rente, de looptijd: de drie cijfers die bepalen wat de bank je leent. De berekening 2026, met voorbeelden en de val van de quotiteit.
In Brussel hangt je leencapaciteit in 2026 af van drie cijfers: je inkomen, de rente (rond 3,2 à 3,7 %) en de looptijd. Basisregel: de maandlast blijft onder een derde van je netto-inkomen. Aan dat tempo financiert 1.200 euro per maand ongeveer 240.000 euro op 25 jaar.
De derderegel
Belgische banken mikken op een maandlast rond een derde van je netto-inkomen, lasten inbegrepen. Daarboven raakt het dossier moeilijker rond, behalve bij een comfortabel inkomen. Dat is de eerste berekening, nog voor je gaat bezichtigen: neem je netto maandinkomen, deel door drie, en je hebt je doelmaandlast.
Rente, looptijd, inbreng: wat het bedrag verschuift
Bij gelijke maandlast verhogen een lagere rente of een langere looptijd het leenbedrag. Maar een langere looptijd verzwaart de totale rentekost. De inbreng valt nauwelijks nog te onderhandelen: de Nationale Bank plafonneert de lening op 90 % van de waarde voor een hoofdverblijfplaats, 80 % voor verhuur.
De quotiteit: wat de bank echt leent
Dat is de klassieke val voor de starter. Zelfs met een mooie afbetalingscapaciteit moet je minstens 10 % van de prijs in eigen middelen inbrengen, plus de aankoopkosten. Op een woning van 300.000 euro reken je dus zo'n 30.000 euro inbreng en 15.000 tot 40.000 euro kosten, afhankelijk van het abattement.
Rekenvoorbeeld
Hier zijn grootteordes op 25 jaar, aan een rente van 3,5 %, met de maandlast op een derde van het netto-inkomen.
| Netto maandinkomen | Maandlast (~1/3) | Leenbedrag (~) |
|---|---|---|
| 3.000 euro |


